Broei tijdig signaleren met korte en lange thermometer

  • Rundvee

Broei in kuilvoer en het rantsoen leidt snel tot verlies van energie, smakelijkheid en uiteindelijk melkproductie. Omdat broei vaak pas laat merkbaar is, is het belangrijk om broei objectief en vroegtijdig te constateren. Het gelijktijdig gebruik van een korte en een lange thermometer is daarbij een eenvoudig maar krachtig hulpmiddel.

Twee metingen, één duidelijke diagnose

Door op vrijwel dezelfde plek aan het snijvlak van de kuil een korte thermometer (10–15 cm) en een lange sonde (50–80 cm) te gebruiken, wordt de aërobe stabiliteit zichtbaar:
•    Stabiele kuil: lange sonde meet een gelijke of hogere temperatuur dan de korte.
•    Beginnende broei: lange sonde 3–5°C koeler dan de korte.
•    Ernstige broei: lange sonde >5°C koeler dan de korte.
Dit temperatuurverschil duidt op actieve groei van gisten en schimmels aan het oppervlak, waarbij waardevolle voedingsstoffen worden omgezet in warmte, CO₂ en vocht.

Toepassing in de TMR

Ook in het gemengde rantsoen kan broei worden opgespoord door oppervlakkige en dieper gelegen temperatuurmetingen te vergelijken, bijvoorbeeld aan het voerhek of door de TMR tot het volgende voermoment in een emmer te stoppen. Een temperatuurverschil >5°C wijst op instabiliteit en verhoogd risico op voederwaardeverlies, vooral bij warm weer, hogere drogestofgehalten of toevoeging van water.

Van meten naar handelen: Selko TMR

Wanneer temperatuurmetingen wijzen op broeigevoeligheid, is ingrijpen noodzakelijk. Selko TMR helpt de groei van gisten, schimmels en enterobacteriën in het rantsoen te remmen. Hierdoor blijft de TMR langer fris en stabiel, met behoud van droge stof en opname. Meten is weten – en gericht beschermen van het rantsoen betaalt zich direct terug in voerefficiëntie en prestaties.

09-04-2026