Enzymen verbinden precisie en duurzaamheid in pluimveevoeding
- Pluimvee
Wie spreekt over duurzame pluimveevoeding, kan niet om enzymen heen. Dat werd duidelijk tijdens de studiedag over enzymgebruik in pluimveevoeders georganiseerd door Trouw Nutrition en IFF. De rode draad door het programma: precisie en duurzaamheid versterken elkaar. Wie beter meet, begrijpt en formuleert, benut grondstoffen efficiënter, verlaagt kosten en verkleint de ecologische voetafdruk.
Eerst begrijpen wat er gebeurt in het voer
Het ochtendprogramma stond in het teken van precisievoeding. Dr. Leon Marchal trapte af met de basis: fytase en fytaat. Fytaat is een belangrijk bestanddeel van plantaardige grondstoffen en bevat fosfor, maar werkt tegelijkertijd als antinutritionele factor. Het bindt niet alleen fosfor, maar ook calcium en andere mineralen, en beperkt zo de benutting van nutriënten.
Omdat pluimvee nauwelijks zelf fytase produceert, is toevoeging van een effectieve fytase essentieel. Marchal benadrukte dat fytase meer doet dan alleen het vrijmaken van fosfor. Ook de benutting van calcium, aminozuren en energie wordt beïnvloed. Daarmee raakt fytase direct aan de kern van voerformulatie. Matrixwaarden zijn hierbij onmisbaar, maar alleen waardevol wanneer ze aansluiten bij de daadwerkelijke samenstelling van het rantsoen. Geen vaste aannames, maar onderbouwde nutriëntenbijdragen: dat is precisievoeding.
Meten is geen luxe meer
Die precisie begint bij meten. Deeva Linde liet zien hoe NIR‑technologie het mogelijk maakt om het fytaatgehalte van grondstoffen snel te analyseren. Waar in de praktijk vaak wordt gewerkt met tabelwaarden, blijkt de variatie tussen partijen aanzienlijk te zijn. Door fytaat daadwerkelijk te meten, ontstaat een realistischer beeld van de potentiële bijdrage van fytase aan verteerbaar fosfor (dP).
Dat biedt ruimte om matrixwaarden scherper toe te passen. Minder veiligheidsmarges, minder onnodige inzet van anorganisch fosfor en meer consistente dierprestaties. Of zoals Linde het samenvatte: wat je niet meet, kun je ook niet sturen.
Calcium: vaak onderschat, maar cruciaal
De ochtend werd afgesloten door Yueming Dersjant‑Li, die inzoomde op de rol van calcium. In fytase‑gedreven voeders is calcium geen bijzaak. Te hoge calciumgehalten – of een hoge oplosbaarheid van kalk – kunnen de werking van fytase beperken doordat calcium‑fytaatcomplexen ontstaan. Tegelijkertijd leidt een tekort aan beschikbaar calcium tot risico’s voor botontwikkeling en prestaties.
Niet alleen het calciumgehalte telt, maar ook de oplosbaarheid van de kalk, het fytaat‑P‑niveau van het rantsoen en de fytasedosering. Een goede balans is essentieel. Daarmee verschuift de focus van ‘hoeveel calcium voeren we?’ naar ‘hoeveel calcium is werkelijk beschikbaar voor het dier?’.
Van precisie naar duurzaamheid
In het middagprogramma werd de brug geslagen naar duurzame voeding. Efficiëntere nutriëntenbenutting betekent immers minder verspilling, lagere kosten en een lagere mineralenexcretie.
Dr. Saritha Saraswathy presenteerde de resultaten van een uitgebreide benchmark van NSP‑enzymen, waaronder xylanases en glucanases. Zowel in vitro‑ als in vivo‑studies lieten zien dat de werking van deze enzymen sterk afhankelijk is van de gebruikte grondstoffen. Niet elk enzym werkt hetzelfde op tarwe, gerst of bijproducten, en ook tussen enzymen onderling zijn duidelijke verschillen zichtbaar.
De boodschap was helder: enzymkeuze is maatwerk. Zeker in diëten met meer vezelrijke of alternatieve grondstoffen maakt het verschil welk enzym wordt ingezet en bij welke dosering.
Aannames hebben een prijs
Stijn van der Cruijsen maakte het vervolgens concreet voor de praktijk. Hij liet zien hoe aannames over matrixwaarden direct doorwerken in de kostprijs van het voer. Wanneer het fytaatgehalte van grondstoffen wordt overschat, kan de bijdrage van fytase aan verteerbaar fosfor (dP) te optimistisch worden ingeschat. Dat vergroot het risico op onderschatting van de werkelijke fosforbehoefte van het dier.
Andersom kan een onderschatting van fytaat leiden tot onnodige toevoeging van anorganisch fosfor, met hogere voerkosten tot gevolg. In beide gevallen betaalt de voerfabrikant de rekening. Door grondstoffen – en waar nodig ook eindvoeders – te analyseren, kunnen matrixwaarden worden aangescherpt en wordt de balans tussen veiligheid, prestatie en kostprijs beter beheerst.
Ook bij NSP‑enzymen speelt dit. De manier waarop de energie‑bijdrage wordt gewaardeerd, heeft directe gevolgen voor de uiteindelijke formulatie. Uiteindelijk is de praktijk leidend: de voederconversie laat zien of de energievoorziening klopt.
Enzymen in samenhang bekeken
De middag werd afgesloten door Dr. Saad Gilani, die het enzymenverhaal breder trok. Naast fytase en NSP‑enzymen kwamen ook amylase en protease aan bod. Elk enzym richt zich op een specifiek substraat: zetmeel, eiwit, vezels of fytaat. Door deze enzymen in samenhang te bekijken, ontstaat een beter beeld van de totale verteerbaarheid van het voer.
De rode draad
De studiedag liet zien dat precisievoeding en duurzame voeding twee kanten van dezelfde medaille zijn. Meten wat er in grondstoffen zit, begrijpen hoe enzymen werken en die kennis consequent toepassen in de formulatie: dát is de sleutel. Enzymen zijn daarbij geen losse toevoeging meer, maar een vast onderdeel van moderne pluimveevoeding.