Nieuwe inzichten in sporenelementvoorziening bij rundvee: naar slimmere en veiligere supplementatie

  • Rundvee

De laatste jaren groeit de aandacht voor  nauwkeurigere afstemming van sporenelementvoorziening bij rundvee. Traditioneel werden rantsoenen ruim boven de berekende behoefte samengesteld, vooral om risico’s op tekorten te vermijden. Uit meerdere onderzoeken blijkt echter dat deze ruime veiligheidsmarges kunnen leiden tot structurele overmaat van zink (Zn), koper (Cu) en mangaan (Mn). 
Trouw Nutrition R&D onderzocht daarom hoe de natuurlijke homeostatische regulatie van dieren benut kan worden om zowel tekorten als overschotten te voorkomen.

De bevindingen zijn gepubliceerd in Animal en te lezen via LINK. De onderzoekers definieerden twee belangrijke grenzen:
•    De ondergrens, waarbij de maximale opname-efficiëntie van het dier onvoldoende wordt om de netto behoefte te dekken.
•    De bovengrens, waarbij het lichaam de opname niet verder kan verlagen en er ongewenste opstapeling optreedt.

Ondergrenzen: wanneer wordt opname-efficiëntie een beperking

Uit een uitgebreide literatuurstudie blijkt dat de maximaal haalbare opname-efficiëntie sterk verschilt per mineraal. Voor zink werd een maximum van 17% vastgesteld, voor mangaan slechts 0,45%. Voor koper varieert dit tussen 2,1% en 3,7%, afhankelijk van de aanwezigheid van antagonisten zoals molybdeen of zwavel. Wanneer rantsoenen onder deze ondergrenzen zakken, kunnen dieren hun behoefte niet langer compenseren door een efficiëntere absorptie .

Bovengrenzen: wanneer raakt de regulatie overbelast?

Bij hogere opname ontstaat het tegenovergestelde probleem: het lichaam kan de absorptie niet verder verlagen en overtollige mineralen stapelen zich op. In een longitudinale studie bij melkvee werd bijvoorbeeld aangetoond dat de koper-balans positief werd zodra de koper-inname boven nettobehoefte, boven 0,625 mg/dag/kg lichaamsgewicht uitkwam. Voor zink en mangaan werden vergelijkbare drempels vastgesteld.


Wat betekent dit voor de praktijk?

Met behulp van willekeurige simulaties werd berekend hoeveel dieren risico lopen op tekorten of overschotten bij verschillende supplementatieniveaus. Opvallend is dat:
•    Zn-toevoeging tijdens lactatie essentieel blijft, omdat 88,7% van de koeien anders risico loopt op een tekort.
•    Mn-behoeften vaak gedekt worden door ruw- en krachtvoeders, behalve bij een deel van de opfokdieren.
•    Cu-toevoeging voorzichtig moet worden gedoseerd, omdat zelfs 8 mg/kg ds extra Cu bij lacterende koeien al kan leiden tot overschrijding van de tolerantiegrens bij 21,8% van de dieren.


Conclusie

Deze nieuwe risico gestuurde aanpak biedt een veel nauwkeuriger kader voor sporenelementvoorziening. Door rekening te houden met zowel biologische grenzen als variatie in behoefte en basale aanvoer, kunnen nutritionisten rantsoenen samenstellen die gezonder, duurzamer en economisch efficiënter zijn.

Geïnteresseerd in hoe u deze nieuwe bevindingen zelf kunt verwerken in uw mineralen- en premixsamenstellingen, of rantsoenberekeningen?

Neem contact op met uw accountmanager, Piet Ameel of Koen Luijben

15-04-2026