Optimalisatie van voedingsstrategieën: een verslag van de PIG Research Summit

Varkens

Op 21 en 22 september vond de PIG Research Summit plaats in Kopenhagen, georganiseerd door Seges uit Denemarken. De summit bood inzicht in cruciale themas op het gebied van voedingsstrategieën voor zeugen en biggen. We vatten de belangrijkste bevindingen voor je samen. 

2-11-2023

Deel 1: Pre-farrowing Feeding Strategies 

Tijdens het eerste deel van de PIG Research Summit werden belangrijke inzichten gedeeld met betrekking tot de voeding van zeugen vóór het werpen. 

Er werd aangetoond dat extra lysine (range 3,4-6,2 SID Lysine per kg voer) tijdens de dracht leidde tot extra maternale groei, vooral bij de tweede- en derde-worpszeugen. Arginine-aanvulling tussen dag 14 en 28 van de dracht verminderde variatie in geboortegewichten. Een interessant nieuw onderzoek in Denemarken richt zich op de effecten van voerfrequentie tijdens de drachtperiode (1-2 keer vergeleken met 3 keer daags). 

Daarnaast toonde onderzoek aan dat een verhoogde voergift in de laatste 28 dagen van de drachtperiode weinig effect had op geboortegewichten. Voedingstoediening aan zeugen meerdere keren per dag kan de werpduur verkorten. Echter, in een recent Nederlands onderzoek met een specifiek transitievoer gevoerd op een niveau van 3,6 kg per dag (in de praktijk vaak minder dan 3 kg per dag) zag men dit effect niet.  

Inerte vezels rondom het werpen verminderden diarree bij biggen tijdens lactatie. Het vervangen van vitamine D3 door 25-hydroxycholecalciferol verhoogde significant de vitamine D-status van de zeug. 

Deel 2: Feeding for High Milk Production 

Tijdens het tweede deel werd benadrukt hoe belangrijk een goede ontwikkeling van het uierweefsel is voor optimale melkproductie. Ook de rol van lysine in de laatste 20 dagen van de dracht werd onderstreept. Het gebruik van een transitiemengsel (50% drachtvoer en 50% lactatievoer) gedurende 5-7 dagen voor het werpen tot 3-5 dagen na het werpen verminderde gewichts- en spekdikteverlies tijdens de lactatie in vergelijking met een abrupte omschakeling van dracht naar lactatievoer. 

Stikstofretentieproeven tijdens 3 lactatieweken toonden aan dat de optimale SID lysine/Mcal-verhouding toeneemt tijdens de lactatie. Een proef met toevoeging van oregano tijdens dracht en lactatie resulteerde in een verhoogde aanwezigheid van immunoglobulinen in zowel biest als melk. 

Deel 3: Pig Immunity 

In het derde deel werden experimenten gedeeld met betrekking tot de immuniteit van biggen. Bij biggen in de kraamstal werden verschillende stammen probiotica geïnoculeerd, wat resulteerde in meetbare verschuivingen in darmbacteriën en genexpressie. Minder diarree werd waargenomen bij de geïnoculeerde groep in vergelijking met de controlegroep. 

Een andere proef toonde aan dat inoculatie met filtraat vanuit de mest van moederzeugen resulteerde in minder uitval en minder diarree na het spenen. Een Deens onderzoek richtte zich op de ontwikkeling van immuniteit in relatie tot biestvoorziening, waarbij werd vastgesteld dat later geboren biggen vaker last hebben van asphyxia-verschijnselen (verhoogde lactaatgehaltes in het bloed). Deze minder vitale biggen gaan pas later naar de uier, en nemen minder biest op met al lagere gehaltes aan immunoglobulines. 

summit.jpg

Deel 4: Design of the Farrowing Pen 

In het vierde deel, "Design of the Farrowing Pen", werd aandacht besteed aan de toekomst van het kraamhok. Naast bewegingsmogelijkheden is een juiste indeling van specifieke functiegebieden van groot belang. Verrijking van kraamhokken, bijvoorbeeld met jute zakken, werd positief beoordeeld. Een onderzoek naar het effect van kraamhokken waar het liggedeelte van de zeug omhooggaat bij het gaan staan, toonde geen significant verschil in doodliggers tot dag 4 na het werpen.

Tijdens een presentatie van Trouw Nutrition werd duidelijk dat in een speciaal ontwikkeld "familiekraamhok" het percentage biggen dat vóór het spenen al voer opnam aanzienlijk hoger was (11%) vergeleken met een standaard kraamhok. In het familiekraamhok delen de zeug en de biggen een gezamenlijke voerplek waar ze hetzelfde voer krijgen. Het verstrekken van (deels) lactovoer na het spenen resulteerde echter in een verhoogd risico op diarree bij de biggen gedurende de eerste 9 dagen na het spenen. Een belangrijke praktische conclusie is dan ook dat het cruciaal is dat biggen geschikt biggenvoer krijgen in de laatste week voor het spenen en gedurende de eerste week na het spenen. Verder viel op dat biggen die geboren werden in familiekraamhokken significant minder schade aan hun oren en staarten hadden, zowel bij het spenen als vijf weken daarna (gemiddeld 20%). 

Deel 5: Management of Large Litters 

Onderzoek onder 30 hoogproductieve bedrijven in Denemarken, waar gemiddeld 19,1 levend geboren biggen per worp voorkomen, liet zien dat ruim 60% altijd of deels gebruikmaakt van "split suckling" om meer biggen succesvol groot te brengen. Daarnaast past bijna de helft van de bedrijven energiesupplementen toe bij pasgeboren biggen. 

Een studie naar het verminderen van navelbreuken toonde aan dat mannelijke biggen met een bovengemiddelde groei minder kans hadden op deze complicatie. Bovendien was er geen significant verschil tussen het knippen van een natte of droge navelstreng, ongeacht of deze daarna werd ontsmet. 

Tijdens de laatste presentatie in deze sectie werd een experiment gepresenteerd waarbij de ontwikkeling van 107 worpen werd gevolgd tot aan het spenen. Elke worp, bestaande uit 14 biggen, werd grootgebracht door een zeug met 14 functionerende spenen. Het gewicht van de biggen op het moment van castratie (tussen de 1 en 2,8 kg per big) op dag 3-4, bleek de meest bepalende factor te zijn voor het al dan niet uitvallen of verplaatsen van de biggen vanwege onvoldoende ontwikkeling. Uiteindelijk werden er gemiddeld 12,5 biggen per worp gespeend. 

Deel 6: Feeding of Piglets Before Weaning 

De eerste presentatie van het laatste deel behandelde nutritionele oplossingen na het verbod op hoge zinkdoseringen na het spenen. Onderzoekers benadrukten de noodzaak van gerichte zorg vóór het spenen om de kwaliteit van de biggen te waarborgen. 

Het geven van melk vóór het spenen resulteerde in 20% meer etende biggen vergeleken met een prestarter zonder zuivelcomponenten. Melkproducten en haverhulzen bevorderden beide de darmontwikkeling van de biggen. 

Trouw Nutritions onderzoek naar gepelleteerd en geëxtrudeerd voer vóór het spenen toonde aan dat geëxtrudeerd voer meer biggen aanzette tot eten. Hoewel de spijsvertering sneller verliep, veroorzaakte dit type voer ook meer diarree. 

Engels onderzoek wees uit dat biggen die voor het spenen aten bij de geboorte gemiddeld 160 gram lichter waren en deze achterstand niet meer inhaalden binnen 40 dagen. 

Meer informatie?

Wil je doorpraten over dit verslag of wens je meer informatie over de onderzoeken van Trouw Nutrition? Neem contact op met je accountmanager.