Spoormineralen in graskuil
- Rundvee
Niet elke kuil is gelijk: waarom één analyse niet meer volstaat
Steeds meer melkveehouders laten sporenelementen analyseren in hun ruwvoer. Een goede ontwikkeling, want een juiste mineralenbalans is essentieel voor diergezondheid en prestaties. In de praktijk zien we echter dat deze analyse vaak beperkt blijft tot de eerste snede of een lasagnekuil. Daarmee wordt een belangrijk deel van de werkelijkheid gemist.
Recente inzichten laten zien dat de gehalten aan mineralen en sporenelementen in graskuilen de afgelopen jaren onder druk staan. Tegelijk is de variatie tussen kuilen groot. Sturen op gemiddelden geeft daarom risico’s, zeker wanneer rantsoenen grotendeels zijn gebaseerd op één of enkele kuilen.

Figure 1. Gemiddeld selenium- en kopergehalte in Nederlandse voorjaarskuilen. Bron: Eurofins Agro 2025
Een vaak onderschat verschil: de snede
Meerjarige data laten zien dat gehalten van koper (Cu), zink (Zn) en mangaan (Mn) variëren tussen voorjaars-, zomer- en najaarskuilen:
- In het voorjaar zijn de gehalten vaak lager door snelle groei en een verdunningseffect.
- In de zomer worden de gehalten stabieler, maar neemt de variatie tussen percelen toe.
- In het najaar zorgen lagere opbrengsten en minder verdunning voor hogere concentraties per kg droge stof.



Figure 2. Seizoenseffecten spoormineraalgehalten graskuilen (voorjaar: maart-mei; zomer: juni-augustus; najaar: september-november). Bron: Dumea, 2026
Tabel 1. Seizoensgemiddelden (2020-2026) van sporenmineralen grassilages (voorjaar: maart-mei; Zomer: juni-augustus; Najaar: september-november). Bron: Dumea 2026
Gemiddelden (2020-2025) per sporenmineraal (mg/kg ds)
| Voorjaar | Zomer | Herfst | |
| Koper | 6,4 | 7,0 | 8,8 |
| Mangaan | 78 | 86 | 81 |
| Zink | 34 | 35 | 39 |
Waarom verschillen kuilen per seizoen?
- In het voorjaar is de bodem nog koud, waardoor de vrijstelling van mineralen beperkt is.
- In de zomer neemt de mineralisatie toe en wordt de beschikbaarheid vanuit de bodem stabieler.
- In het najaar neemt de grasgroei af, waardoor mineralen zich sterker concentreren in de droge stof.
Waarom één kuilanalyse onvoldoende kan zijn
De verschillen tussen snedes kunnen net zo groot als de verschillen tussen bedrijven. Daardoor heeft het kopiëren van één spoormineraalanalyse naar de andere kuiluitslagen geen betrouwbaar beeld van de werkelijke mineralenaanbreng van deze kuilen in een rantsoen.
Praktische boodschap voor het rantsoen
- Analyseer niet alleen de eerste snede, maar ook de kuilen die daadwerkelijk gevoerd worden.
- Gebruik de analyse om supplementatie nauwkeuriger af te stemmen op de actuele mineralenvoorziening. Dit kan door:
o Afstemming van hoeveelheid mineraal
o Aanpassing (maat)mineraal of maatmeel of -brok
o Keuze van betrouwbare bronnen zoals Selko IntelliBond®, die een betere beschikbaarheid hebben bij krappere supplementatie of aanwezigheid van antagonisten. - Let vooral op koper, zink en mangaan, omdat deze elementen duidelijk kunnen verschillen per kuilperiode.
Meten is weten – maar alleen als je de juiste kuilen meet.