Leververvetting bij pluimvee wordt niet altijd herkend

Leververvetting ontstaat als de energieopname niet aansluit op de energiebehoefte. Leververvetting kan leiden tot een geringere eiproductie of eimassa en een hogere sterfte. Vaak ontstaat leververvetting op twee economisch belangrijke momenten tijdens de legcyclus.

Wanneer hebben leghennen kans op leververvetting?

Hoewel er veel kennis is over de voeding van leghennen, is het niet mogelijk om leververvetting volledig uit te sluiten bij hoogproductieve leghennen. Pluimvee kan op twee verschillende momenten in de legcyclus te maken krijgen met een vette lever:

  • Tijdens maximale productie zijn jonge leghennen niet altijd in staat hun voedselopname te verhogen tot een voldoende niveau om te voorzien in de energiebehoefte voor de productie van eieren. Daardoor beginnen ze koolhydraten om te zetten in vetzuren. Dit proces vindt plaats in de lever. Als het transport van vetzuren vanuit de lever achterblijft bij de productie, begint zich vet in de lever op te hopen, met leververvetting tot gevolg.
  • Tegen het eind van de legcyclus leidt de lagere eiproductie tot een lagere energiebehoefte van de dieren. Als de voedselopname niet wordt verminderd, worden de overtollige koolhydraten in de lever gemetaboliseerd tot vetzuren. Hierdoor wordt vaak meer vet afgezet in de lever, waardoor leververvetting ontstaat.

Meer informatie